verhalen

Mangalitsa (wolzwijn)

Geplaatst op 20 februari, 2018 om 6:35


Er is mij gevraagd iets over onze dieren te schrijven. Misschien inderdaad wel leuk om te delen waarom je tot een rasdier komt,

om deze te gaan opzoeken, aanschaffen, en verzorgen,  maar ook mee te fokken en in een zo natuurlijk mogelijke leefomgeving te laten rondscharrelen.

Daarom begin ik met het Mangalitsa, het Hongaarse wolzwijn, maar zal proberen er geen technisch verhaal van te maken.

Wij hebben ze in drie kleuren: de rode, de blonde en de zwaluwbuik. In deze kleurslagen zitten diverse voorouders in de bloedlijnen, wat voor een fokker op raszuiverheid prachtige dingen zijn om mee te werken. Zoals op de foto is te zien worden de mangalitsa-biggetjes met strepen geboren. Dit geeft aan dat het mangalitsa genetisch ook dichtbij het wilde zwijn zit zoals wij deze dieren kennen van de veluwe. Alleen door het inkruisen met andere boerderijvarkens zouden deze genen verdwijnen. PS. mangalitsas horen krullen te hebben, geen stijl haar :-)

de reden waarom wij met mangalitsas zijn gaan fokken was tweedelig:

Er zijn niet zoveel onverwante- raszuivere dieren, zodat we deze hebben ondergebracht in de stallen van een groepje serieuze varkensboertjes. Zodat we kunnen uitwisselen, koppelen, kortom : de unieke raskenmerken in bloedlijnen brengen, zodat de geboren biggen de uiterlijke bouw en raseigenschappen bezitten, welke vanuit Hongarije bekend zijn.

De tweede reden was de natuurlijke bijkomstigheid, wat kenmerkend is voor het Mangalitsa en waardoor wij het idee hadden om maatschappelijke veronderstellingen en vooroordelen te kunnen weerleggen, met een ander alternatief.

Als enigste in zijn soort heeft het Mangalitsa-vlees een smelttemperatuur van 36 graden celsius. Bij andere varkens ligt deze temperatuur op 80 graden celsius. Gesmolten vet van mangalitsa is spierwit en smaakloos, waardoor het voor andere productie geschikt is. Zo hebben wij gehoord dat het als basisproduct voor klovenzalf wordt gebruikt, maar ook voor kruidenboter en vulling voor Bonbons.

Deze bovengenoemde feiten moeten nog vallen bij het nederlandse publiek. Bij veel mensen gaat er een Sonja-Bakker-belletje rinkelen wanneer je het over (varkens)vet heb. Er schijnt een vergelijkingsonderzoek te zijn dat stelt dat je bij het eten van mangalitsavlees een zelfde waarde aan omega-vetten binnen krijgt als een zootje verse vis. Nu weten we dat we als mensen een dagelijkse behoefte hebben waarmee we in ons levensonderhoud en maaltijden hebben te rekenen, dus onder de streep is ook een half varken in 1 keer opeten: Te-veel.

Er gaan veel lovende (en spectaculaire) verhalen rond over Mangalitsa-vlees en vet. Het meeste is waar.  Anderzijds maak ik als boertje graag de opmerking dat de kwaliteiten van dit vlees en vet, het dier niet komen aanvliegen. Ook hier gelden de leefomstandigheden en (natuurlijke) voeding die het dier slachtrijp maken. Daarmee beweer ik dus dat de dierverzorger het dier (ook mangalitsa) verzorgd en afmest, wil er sprake zijn van een juiste vetheid aan het gemarmerde vlees op uw borden.

Ik zal u de technische kanten besparen van de verzorging en omgang met deze kuddedieren ( een groep varkens in rangorde heet trouwens een rotte)  De eerlijkheid gebied te zeggen dat ook op dit terrein altijd weer mensen zijn die gaan rommelen. 

Wij verzorgen met veel plezier deze dieren. Hebben er knapen van beren tussen zitten, maar tot op heden nog nooit een vervelend (agressief) voorval meegemaakt. Het ras is goed toegankelijk, heeft een knuffelgehalte en bezit goede moeder-eigenschappen.

Twee jaar geleden kwam ik als fokker in aanraking met een kokin/voedingsdietiste, met haar heb ik aan het hakblok gestaan en gezien hoe deze vleesproducten kunnen worden bereid en meedoen in een allergieen dieet. Het is de andere kant van dierverzorging, maar ook waardenvol. Maar dat is stof voor een andere blog.


Categorieën: rasdieren, dierverzorging


Reacties zijn uitgeschakeld.